Onderzoek AFM

Inleiding

Renteswapgate start “officieel” met een onderzoek van de AFM. In 2013 constateert de AFM na een door haar verricht onderzoek tekortkomingen in de rentederivatendienstverlening van banken. Uit het rapport van de AFM uit september 2013 volgt onder andere dat banken hun klanten met name op de voordelen wijzen en risico’s onderbelicht laten en onvoldoende kenbaar maken wat voor gevolgen de cliëntclassificatie voor hen heeft:

“De AFM heeft gezien dat de informatieverstrekking over rentederivaten vaak een te gunstig beeld geeft van de verwachtingen. Negatieve scenario’s blijven onderbelicht. Cliënten kunnen daardoor onverwacht met tegenvallers worden geconfronteerd, bijvoorbeeld wanneer een derivaat met negatieve marktwaarde voor het einde van de looptijd wordt beëindigd. Banken informeren hun MKB-cliënten daarnaast vaak onvoldoende of zij als professioneel of als niet-professioneel worden geclassificeerd en welke consequenties dit voor hen heeft. Deze informatie is belangrijk omdat de zorgplicht van banken voor professionele cliënten beperkter is dan voor niet-professionele cliënten.”


In de inleiding schrijft de AFM: “het gebruik van rentederivaten kan schadelijk zijn voor zowel de cliënt als de bank als men onvoldoende op de hoogte is van de werking, risico’s en mogelijke gevolgen”. Zeker wanneer banken rentederivaten afsluiten met partijen die onvoldoende kennis hebben van rentederivaten, is voorzichtigheid aan de kant van banken volgens de AFM geboden, zelfs als dit professionele beleggers zijn:

“De vraag is of deze afnemers voorafgaand aan het afsluiten van de producten voldoende kennis hadden van de risico’s en de gevolgen die een renteswap kan hebben. Dit geldt des te meer wanneer zij worden aangemerkt als professionele cliënt in de zin van de Wet op het financieel toezicht (Wft)”.


Volgens de AFM is het ook maar de vraag of banken wel alle verschillende alternatieven voor het afdekken van het renterisico hebben aangeboden en of dit wel gelijkwaardige alternatieven zijn:

“Sommige banken stellen dat zij bij het offreren verschillende alternatieve weergeven om het renterisico te managen. De cliënt moet dan zelf een keuze maken uit de geboden alternatieven. De vraag is echter in hoeverre de alternatieven in alle gevallen daadwerkelijk worden aangeboden en als zij worden aangeboden, of zij ook gelijkwaardige alternatieven zijn.”


Het onvoldoende informeren door banken over de risico’s die verbonden zijn aan rentederivaten en het onrechtmatig verhogen van de opslagen zijn volgens de AFM een van de belangrijkste aandachtpunten:

“In veel dossiers is volgens de AFM een te gunstige voorstelling gemaakt van de financieringsconstructie met een rentederivaat. Negatieve scenario’s (dus wanneer de marktrente daalt en er een negatieve marktwaarde ontstaat) blijven daarbij onderbelicht. Dit geeft geen goed beeld. Cliënten kunnen daardoor onverwacht met tegenvallers geconfronteerd worden wanneer zij bijvoorbeeld vroegtijdig willen aflossen. Kosten bij vervroegde aflossing worden overigens zowel gemaakt bij een derivaat als bij een lening met een vaste rente. Echter, de berekeningswijze en de transparantie daarover verschilt, en bij leningen wordt vaak de mogelijkheid geboden om gedeeltelijk boetevrij af te lossen.”


Een tweede punt van aandacht is de communicatie over de renteopslag op het basistarief (bijvoorbeeld Euribor). Zo is het de AFM opgevallen dat banken in hun informatieverstrekking onvoldoende duidelijk laten blijken dat een renteswap geen garanties biedt tegen stijgende rentelasten als gevolg van stijging van de risico-opslagen. De risico- en liquiditeitsopslagen die banken doorberekenen aan de cliënten vallen niet onder de swap, alleen de marktrente is gefixeerd. Gelet op de ontwikkelingen in de afgelopen jaren dient dit aspect duidelijker in de informatievoorziening naar voren te komen.


De AFM sluit dit rapport af met de toezegging dat zij in de maanden na september 2013 verder onderzoek zal verrichten naar de dienstverlening door banken bij het afsluiten van rentederivaten met niet-professionele beleggers en met aanbevelingen zal komen:

“De komende maanden zal de AFM vervolgonderzoek doen naar de dienstverlening op het gebied van rentederivaten aan MKB-ondernemingen die als niet-professionele cliënt zijn geclassificeerd. Daarnaast zal de AFM komen met aanbevelingen voor een passende dienstverlening op het gebied van rentederivaten aan niet-professionele cliënten.”


In februari 2014 brengt de AFM het rapport “Aanbevelingen rentederivatendienstverlening” uit en schrijft:

“Het is de vraag of rentederivaten in dergelijke gevallen als product ook geschikt zijn voor de betreffende MKB-klant. Ook hier blijft het van belang dat de uiteindelijke oplossing niet alleen past bij de financiële situatie en bijvoorbeeld rentevisie, maar ook geschikt is voor de klant. De oplossing moet aansluiten bij de kennis en ervaring van de klant, 6 diens risicobereidheid en doelstelling. Voorkomen moet worden dat een kredietvoorwaarde leidt tot het afsluiten van een niet geschikt product.”


In dit rapport benoemt de AFM tevens het wettelijk kader waardoor de zorgplicht van banken wordt ingekleurd. Volgens de AFM is sprake van beleggingsdienstverlening. Daarom moeten banken de herbeoordelingen in lijn met Wft uitvoeren. Daarmee staat volgens ons vast dat de Wft het wettelijk kader is waaraan banken de dossiers moeten toetsen. Des te opvallender – en schrijnender – is het volgens ons dat in (recente) rechtspraak de Wft geen enkele rol lijkt te spelen.